BHA-dag 2003
Onderstaande publicatie verscheen in het blad van de BHA, de Belgian Horsemanship Association als voorbereiding op de BHA-dag in Duffel, Belgie, in 2003.
Bertie Prinsen: “Altijd op zoek naar die lichtheid”
Bertie Prinsen is Nederlandse en jureert dressuur op Z-niveau in Nederland en Duitsland. Als instructeur is ze gespecialiseerd in het begeleiden van zogenaamde 'hopeloze' combinaties. Op 30 augustus jureert ze twee dressuurproeven waarbij ze uitlegt hoe ze jureert, waarom de scores zijn wat ze zijn en wat ze als instructeur met die informatie zou doen.

"Ik ben Bertie Prinsen, geboren in Almelo in 1951. In het dagelijks leven werk ik als senior IT consultant. Ik woon nu in Duitsland. Mijn gezondheid laat het niet meer toe actief te rijden, daarom leggen we ons wat meer toe op het fokken met KWPN paarden.
Tot ik in 1984 de boerderij in Harkstede kocht héb ik altijd op bovenhuizen en flats gewoond. Ik kom totaal niet uit een paardenfamilie, maar droomde al als klein kind over paarden. De dromen en het gezeur namen zodanige vormen aan dat ik in 1964 van mijn moeder een knipkaart voor de manege kreeg, in plaats van de obligate dansles die m'n medescholieren kregen. Dansen kan ik nog steeds niet. :-)
Mijn eerste paard, Hayayah, kreeg ik in 1965. Hij had nogal wat conformatie-fouten weet ik nu, maar dankzij die fouten leerde ik wel wat 'lichtheid' kan zijn. Het onderscheid tussen werkelijke lichtheid en lichtheid-door-pijn kon ik toen niet maken, maar het gevoel wat lichtheid kan zijn is me altijd bijgebleven, het is de rode draad in mijn paarden-leven gebleven: altijd op zoek naar die lichtheid.
Op mijn zestiende reed ik met hem Z dressuur. (Vergeet niet dat dit het pre-TV tijdperk was: communicatie over 'rijden bestond amper)
Tijdens mijn studententijd (beginjaren 70) veranderde mijn denken over rijden en omgaan met paarden: van het 'gewone'' denken over paarden begon ik me, onder invloed van de Flower Power beweging, steeds bezwaarder te voelen: wie ben ik dat ik een paard mag vertellen wat hij moet doen? Omdat het bloed toch bleef kruipen waar het niet gaan kon bedacht ik voor mezelf een compromis: ik mag alleen dan nog iets met paarden doen, als ik zeker weet dat een paard het ook leuk vindt, wat ik van hem vraag. Het zadelde mij met een enorme verantwoordelijkheid op. Het heeft me ook heel veel gebracht. Ik voelde me 'verplicht' om te onderzoeken hoe dressuur werkelijk in elkaar steekt: trukjes waren uitgesloten, het ging om eerlijk dressuur rijden. Een heel skala aan woorden moest uit het woordenboek verdwijnen, en er moest iets anders voor in de plaats komen. 'Hij wil niet' bestond niet langer, net zomin zoals 'hij neemt je in de maling'. Het viel niet mee uit te vinden wat ervoor in de plaats moest komen. Tot vandaag is mijn zoektocht blijven bestaan, en ik ben Hayayah nog altijd dankbaar dat hij mét al zijn problemen me ertoe heeft gezet om de zoektocht te beginnen.
Ondertussen heb ik natuurlijk niet stilgezeten: ik ben meerdere malen op eigen kracht Z dressuur geworden, en jureer sinds 1984; de laatste jaren ook de Z dressuur.
Het leuke aan jureren is dat je als onafhankelijke partij mensen verder kunt helpen. Ook zie ik mezelf als beschermer van de paarden: juist mijn onafhankelijke positie als jurylid geeft me die mogelijkheid.
Leerlingen heb ik ook, zij het met mondjesmaat: alleen die leerlingen die in het reguliere circuit totaal zijn vastgelopen neem ik onder m'n hoede. Het geeft me enorm veel voldoening te zien dat paarden die gevaarlijk zijn geworden eigenlijk heel gewone paarden blijken te zijn, en het is fantastisch te zien dat ruiters weer verder kunnen door hen te leren op een andere manier met paarden om te gaan. Vanuit die houding heb ik ook in het buitenland les gegeven.
Ik probeer te laten zien dat (dressuur) rijden op niveau wel degelijk kan op een vriendelijke manier, zowel door zelf op Z niveau te rijden, alsook door ruiters met hun paarden tot een hoger niveau te brengen.
Terugkijkend zie ik drie grote leermeesters die mij hebben gevormd. Ten eerste was er de verenigingsinstructeur van De Looleeruiters, Johan Abbink. Als oud-cavalerist wist hij wat bulderen was ("kop dicht, ik bek!" riep hij), maar op de een of andere manier heeft hij mij wel de liefde voor 'dressuur' weten bij te brengen. Dan was er Henk Barlagen, die me heeft leren 'kijken': nét dat even langer kijken, om te zien hoe een paard wérkelijk beweegt.
Ten derde was er Ernest van Loon die ik weliswaar zelf niet ken, maar wiens boek "Ruiters en Rechters" voor mij een bijbel geworden is. Het boek dat ikzelf geschreven heb is "The Ethics and Passions of Dressage". Oeps - de eerlijkheid gebied me te zeggen dat Charles de Kunffy de werkelijke schrijver is van dit kostbaar kleinood. Ik kan me er zó in terugvinden dat het lijkt alsof ik het zelf geschreven heb! :-)
Uit bovenstaande komt mijn inzet voor de BHA Horsemanshipdag als vanzelf naar voren: ik wil dolgraag ruiters zien rijden, en met hen praten over wat ik zie. Met of zonder hoofdstel of zadel, dat maakt niet uit. Waar het mij om gaat is: hoe kun je zó rijden, dat het voor een paard leuk is! Hoe kun je zó rijden, dat een paard graag en lekker los onder je wil bewegen. Hoe kun je zó rijden, dat er eigenlijk geen spanning hoeft te zijn, terwijl tóch de aanspanning blijft bestaan. Hoe kun je zó rijden, dat een paard gezond oud wordt.
Van de organisatie heb ik maar een uurtje gekregen geloof ik - ik vraag me af of dat voldoende is!"