Drie Werelden in een bak

Verslag van een samenkomst van drie werelden:

  • Piet Nibbelink: NH
  • Chris Knol: Western
  • Bertie Prinsen: klassiek dressuur.

Publicatie op discussielijst Paard-NL, 1999
(helaas zijn foto's niet meer beschikbaar)
 

Naar aanleiding van een discussie tussen Piet Nibbelink, Bertie Prinsen, Chris Knol en anderen over het gat tussen de NH methodes en de (western/klassieke-)dressuur methodes begin dit jaar op de ‘kleine lijst’, stelde lijstmoderator Frans Goddijn voor om de partijen eens uit de virtuele sfeer te halen en fysiek bij elkaar te brengen om daarmee meer inzicht te krijgen in wat elk nu precies bedoelt. Na een mislukte afspraak in april was het pas op 1 augustus (1999) mogelijk om in de agenda’s van Piet, Bertie en Chris ruimte te vinden. Helaas was Frans, die het verslag zou verzorgen, op het laatste moment verhinderd zodat Piet, Bertie en Chris het verslag zelf gemaakt hebben met hulp van Albrecht (Bertie’s echtgenoot) en Kitty (Chris’ echtgenote) die ook aanwezig waren. Albrecht heeft verder foto’s en video-opnames gemaakt.
Rond 11:00 kwamen Bertie en Chris met hun paarden Donald en Ayesta aan bij De Paardenmaat van Piet: een prachtige locatie met twee ruime eb- en vloedbakken. Piet’s paarden werden op dat moment net naar de weiden gebracht zodat er voor Donald en Ayesta twee boxen vrijkwamen. Ayesta keek wel rond maar werd niet opgewonden van de nieuwe situatie en liep gemoedelijk achter Chris aan naar haar tijdelijke onderkomen. Donald had wat meer tijd nodig voordat hij vanuit de zon de voor hem lage en donkere binnenstal in wilde, maar liep vervolgens gemakkelijk achter Albrecht aan de box in. Vooral met nauwe en lage doorgangen heeft Donald in het verleden slechte ervaringen opgedaan. De paarden konden even bijkomen van de reis (3 u en 2 u), terwijl de mensen aan de koffie gingen in de schaduw van een grote boom in Piet’s voortuin.
De eerste gesprekken waren verkennend: wat doen we met paarden, hoe zijn we ‘aan het paard’ geraakt, en wat zijn de ambities. Duidelijk werd hoezeer we met dat laatste op 1 lijn zaten: plezier hebben met paarden, maar dat er wel verschillen zitten in de interpretatie van plezier. Omdat Piet zeer gestressed wordt van wedstrijden valt dat niet onder zijn begrip van plezier. Alleen al bij het praten over wedstrijden bleek duidelijk de afkeer van Piet voor de ongezonde stress die dit soort evenementen kan oproepen met alle negatieve gevolgen voor de paarden als de ruiters niet kunnen omgaan met de spanning. We waren het er allemaal over eens dat als je iets niet leuk vind, dat je het dan ook niet moet doen.
Het gesprek kwam er op hoe we bij 'NH' kwamen. Piet vertelde hoe hij steeds meer gestressed werd van dressuurwedstrijden en hoe hem 4 jaar geleden door KFH de ogen werden geopend. Na z’n boek gelezen en de video bekeken te hebben is hij aan het werk gegaan, maar tijdens een live cursus twee jaar later bleek hoezeer hij op de het verkeerde spoor zat: hij voerde de trucjes uit in plaats van dat hij met z’n hart werkte. Chris legde hier een link naar de klachten over de ‘manege-dressuur’: niet zozeer de methode, maar de uitvoering is verkeerd en als je de verkeerde (of zoals bij Piet geen) leermeester treft, gaat het vaak niet goed, welke methode je dan ook volgt.
Chris is dankzij de hobby van Kitty 15 jaar geleden ‘aan de paarden’ geraakt, in eerste instantie om het paard te kunnen verzorgen in geval van ziekte van Kitty. Het ongedwongene van de westernsport in die jaren trok hem echter meer dan de manegelessen. Omdat een enkele ‘officiele’ methode in de westernsport onbreekt, was er alle ruimte om te kiezen uit het grote aanbod en daaruit een eigen stijl te ontwikkelen die voor dressuurkenners 'te veel western' en voor westernkenners 'te veel dressuur' is. Wedstrijden zijn voor Chris en Kitty een uitje: er een weekendje tussenuit zijn en je helemaal concentreren op je paard.
Bij Bertie kookte het paardenbloed al vroeg. Op de ‘gewone’ manier had zij als 16 jarige met haar eigen paard de Z al bereikt, maar kwam pas veel later tot de ontdekking dat zo omgaan met paarden niet ‘leuk’ was. Na een korte pauze in haar paardencarriere besloot zij nog slechts te rijden als ook het paard plezier in het werk zou hebben.
Hierna gingen we aan het werk. Piet zou eerst grondwerk laten zien met zijn eigen paard Kairos, daarna zou Chris met Ayesta stukjes uit de western sport laten zien, en tenslotte zou Bertie met Donald stukjes uit de dressuur laten zien. Bij alle demonstraties waren vragen welkom en werd vooral getracht het communiceren met het paard uit te lichten.
Bij Piet’s demonstratie van het grondwerk was de communicatie volledig gebaseerd op lichaamstaal. Hij kon Kairos laten stappen, draven, draf strekken, galopperen, omkeren op basis van de imitatie van bewegingen van de leider van de kudde. Hoewel Kairos duidelijk ervaren was op dit gebied en een paar keer voor z’n beurt aansprong werd het principe toch duidelijk. Piet besloot het grondwerk met Hempfling’s variant van ‘werk aan de dubbele longe’ door Kairos een lang touw om de hals te doen en tegen de beschotting van de bak schouder buitenwaarts te tonen. Kairos toonde zich gewillig en deed keurig wat hem gevraagd werd. Tot slot heeft Piet enkele ronden door de bak gereden met slechts een van lasso-koord gemaakte ring rond de hals van Kairos. Overgangen naar snellere gangen waren geen probleem, bij overgangen naar langzamere gangen of stoppen had Kairos enige bedenktijd nodig. Korte tijd later stuurde Piet Kairos slechts aan een pluk van de manen waarbij hij bij snellere wendingen even attentie moest vragen via het lasso-koord. De bewegingen van Kairos waren niet zuiver zoals o.a. bleek uit de vele momenten van overkruist gaan en verkeerde galop, waarvan mogelijk het ontbreken van 1 voorijzer een oorzaak was. Omdat Piet geen begrenzing aan de voorzijde kon geven was er ook geen sprake van een frame in het paard, van gymnastisering of van verzamelde overgangen.
Chris toonde de optoming van Ayesta: western zadel, western hoofdstel (volgens reglementen zonder neus- of sperriem) en de werking van de shank-snaffle (trens met scharen met de losse kinriem). Bertie maakte een opmerking over de strakke keelriem waarbij Chris toonde dat bij western-afbuiging de keelgang vrij blijft zodat een strakkere keelriem geen probleem oplevert. Na het inrijden waarbij Chris het paard vrij liet rondkijken om te wennen aan de omgeving toonde hij de rust waarop de western sport is gebaseerd en de daarbij horende langzame gangen met echter de zeer alerte reacties op cues: overgangen, snelheidscontrole, buiging, waarbij hij Ayesta volgens wedstrijdreglementen op één hand reed. Chris wees op de teugel die zonder direct contact slechts licht bewogen hoefde te worden om Ayesta in het frame te houden. Bij moeilijkere oefeningen als changementen en stops gebruikte hij meer ‘hulp’ (voortdurend begeleidende aanwijzing) dan ‘cue’ (éénmalige aanwijzing) om het paard te ondersteunen tijdens de oefening om direct na de oefening weer op cues over te gaan. Met vier balken in L-formatie toonde Chris de noodzaak om in de westernsport volledige controle over de benen van het paard te hebben: schuin over de balken stappen, en met het rechtervoorbeen het eerst. Vervolgens liet hij zien dat ook in de westernsport de communicatie vooral door middel van zit en benen plaatsvind door zonder hoofdstel eerst achterwaarts tussen de L-vorm door te sturen en vervolgens zijwaarts over de buiten- en binnenkant. In plaats van het lasso-touw van Piet gebruikte hij het inmiddels bekende stro-touwtje. Piet merkte op dat de benen van Chris naar voren staken, en dat dit volgens de correcte klassieke zit zou betekenen dat Chris nogal zwaar op de rug zit.
Bertie begon met de bouw van Donald waarbij zij uitlegde waarom bepaalde rijproblemen te verwachten zouden zijn bij dit paard. Aan de optoming was opvallend dat zij zonder sperriempje rijdt om het paard de gelegenheid te geven zich te onttrekken aan druk mocht de ruiter iets te enthousiast worden bij het vragen. Verder gebruikt zij een dubbelgebroken trens. Donald is een paard met zeer negatieve ervaringen in z’n historie zoals o.a. bleek uit het lidteken van de uitgescheurde mondhoek en z’n wantrouwen voor smalle en lage doorgangen. Omdat Donald ook slechte ervaringen heeft met aansingelen deed Bertie dat in etappes. Bij het opzadelen werd in een heel vroeg stadium het zadel opgelegd, en zo los mogelijk aangesingeld. Vervolgens deed Bertie steeds afwisselend één beenbeschermer om en haalde de singel één gaatje aan tot Donald zonder zuur te worden klaar stond. Hoewel Piet’s handen jeukten om grondwerk te gaan doen met dit paard, vertelde Bertie dat bewust nu niet te willen doen. Na wat losstappen en buigoefeningen (de eerste 10 minuten zijn voor het paard) toonde Bertie de werking van verschillende dressuurhulpen. Zoals bij goede hulpen het geval is, waren ze nauwelijkszichtbaar, behalve de teugelhulpen. Bertie vertelde expres ruime maar rustige hulpen te gebruiken omdat Donald nu pas de 5e keer onder het zadel was na twee jaar uit de running te zijn geweest en zij in feite weer helemaal opnieuw moesten beginnen. Sommige manoeuvres gingen goed waarbij Bertie tevreden was met steeds een heel klein stukje zodat de anderen wel heel snel' moesten kijken. Een galopchangement lukte niet helemaal omdat Donald net niet voldoende fut had om bij elkaar te blijven, zoals Bertie vlak van te voren al voelde aankomen en vertelde. Donald kon overigens voorheen ook nog geen changementen. Duidelijk werd het verschil met de westernstijl van Chris: beide ontspannen, maar bij Bertie ontspannen in aanspanning.
Na een half uur werd Chris uitgenodigd een rondje op Donald te rijden. Vanwege de grote beweging t.o.v. een QH had hij moeite om het evenwicht en ritme te vinden, terwijl Donald bij gebrek aan goede en tijdige instructies "het er bij liet zitten". Het verschil tussen ‘actief rijden’ van de klassieke dressuur en ‘passief laten gebeuren’ van de western dressuur, en daarmee het verschil tussen ‘hulp’ en ‘cue’ werd duidelijk. Hoewel de voorbereiding voor een overgang van stap naar galop duidelijk was voor Donald en hij een aanzet maakte, bleef het bij een ‘cue’ waardoor Donald uiteindelijk uit elkaar viel en slechts sneller ging draven. Het warme weer en gebrek aan conditie zorgde er verder voor dat het rijden voor Chris (op Donald zonder sporen) steeds zwaarder werd.
Piet was erg nieuwsgierig hoe Ayesta en Donald zich zouden gedragen zodra de ruiter van het paard afkwam. Beide paarden werden na hun demonstraties in de bak volledig afgezadeld en bleven geheel ontspannen bij de mensen staan. Bij de paarden was geen stress waarneembaar. Beide paarden gingen vervolgens rustig op onderzoek uit en lieten zich heel gemakkelijk weer benaderen zonder spanningsopbouw of weg te willen lopen. Chris toonde Piet zo de slidingijzers onder de achtervoeten van Ayesta.
Na de demonstratie met Donald vroeg Piet aan Bertie om nog even op Kairos te rijden, maar Bertie weigerde dat. Ze doet dat nooit, zegt ze, simpelweg omdat dat geen enkele zin heeft. Zoiets zou pas zin hebben als het een langere periode zou betreffen, waarbij iets langzaam kan worden opgebouwd. Een éénmalige activiteit zou alleen maar verwarrend zijn voor een paard (en misschien ook voor Piet). Al eerder had Bertie gezegd dat ze dat ook een nadeel vindt van clinics: de clinician kan de ruiter geen nazorg geven.
Na afloop werd wat afkoeling gezocht onder de boom in de tuin. Ze hadden alledrie het gevoel dat de opmerking die aan het begin van de discussie gemaakt waren op hun plaats vielen. Ook hadden ze alledrie stof tot nadenken. Piet zei dat er met de communicatie tussen Bertie en Donald onder het zadel, resp. Chris en Ayesta niets mis was, gezamenlijk constateerden we dat er meer wegen zijn om tot goede communicatie te komen, en dat de ene weg niet direct beter of slechter is dan de andere weg, maar vooral wordt ingegeven door het doel wat je wilt bereiken.
Tegenstrijdigheden kwamen ook aan het licht. In Piet’s methode dient eerst de communicatie met het paard vanaf de grond en vervolgens onder de man zonder hoofdstel tot stand gebracht te worden, terwijl Chris aantoonde dat vanaf het begin met hoofdstel rijden een goede communicatie helemaal niet in de weg staat. Bertie toonde aan dat er met een paard zelfs zonder perfecte gehoorzaamheid op de grond (te zien bij de aansingelproblemen), onder de ruiter ook een goede communicatie kan zijn. Piet merkte op dat Bertie’s relatie vanaf de grond met Donald verbeterd zou kunnen worden door grondwerk.
Het oorspronkelijke begin van de discussie, de vraag hoe Piet’s methode een basis is voor, of aansluit op de methodes van Bertie of Chris, is nu verduidelijkt met de demonstraties. Voor het antwoord zullen echter vervolgsessies nodig zijn.

verslag door Piet, Albrecht, Chris, Kitty, Bertie