Achtergrond
Geboren in een dierloos burgermilieu lag het niet voor de hand dat Bertie zich aangetrokken zou voelen tot paarden. Na jarenlang zeuren kreeg haar moeder er genoeg van. Bertie moest kiezen: een knipkaart voor de manege, of dansles.
Na een jaar kwam het eerste paard, Hayayah. In slechts twee jaar tijd was Bertie met hem in 1967 Z dressuur.
Geheel in de sfeer van de jaren zeventig (zie onder) sloeg bij Bertie de twijfel toe: mag ik een paard wel laten doen wat ik wil? Er werd een compromis gevonden: paardrijden ja! - als ook het paard het leuk vindt.
Een zoektocht was geboren.
Want wat vindt een paard eigenlijk leuk? Hoe is dat te herkennen? Wat moet een ruiter doen om ervoor te zorgen dat een paard het ook echt leuk vindt? Hoever kan een ruiter onder deze voorwaarden komen?
Vele vragen, waarop niet zomaar een antwoord was te vinden.
Bertie moest dus zélf aan de slag!
Het bleek al snel dat het paardenwoordenboek aan een revisie toe was. Termen als 'het is een rotbok', 'hij wil niet', of 'hij verneukt me' werden geschrapt.
Ervoor in de plaats kwam het begrip Respect. Een paard is een paard. Het heeft geen intentie om een ruiter ertussen te nemen of te kwetsen. Integendeel, een paard werkt graag mee. Mits het met respect daartoe wordt uitgenodigd.
Een met plezier meewerkend paard, Vanuit dat perspectief ontwikkelde Bertie in de loop der jaren haar methode. Ze noemt deze methode: Dressage the Friendly Way, en ook: Uitnodigend Rijden.
Boeddhisme: de vier verheven toestanden
- Metta/Maitri: liefde aan iedereen; de hoop dat het ieder wezen goed gaat
- Karuna: compassie; de hoop dat het lijden van alle wezens wordt verminderd
- Mudita: de altruïstische vreugde in de daden en acties van anderen
- Upekkha/Upeksha: gelijkmoedigheid, het leren accepteren van verlies en winst, lof en blaam, succes en falen zonder gehechtheid zowel voor jezelf alsook voor anderen.